APB De kracht van de stad ligt op het platteland
Home
Antwoord Schriftelijke vragen plas Linderveld Afdrukken
Geschreven door Erik Stegink   

Het college heeft onze fractie op de volgende wijze beantwoord.

In antwoord op uw vragen ex artikel 45 RvO van aan ons college inzake vragen plas Linderveld berichten wij u het volgende:

Vraag 1
Activiteiten zoals hierboven omschreven in en rondom de plas Linderveld passen volgens ons niet binnen de bestaande bestemming ‘natuur'. Het lijkt ons logisch om voor deze activiteiten een bestem-mingsplanwijzigingsprocedure te starten, waarbij gewaarborgd kan worden dat de activiteiten zo min mogelijk verstoring geven op bestaande flora en fauna in het gebied.

Antwoord 1
Op de Linderveldplas rust op grond van bestemmingsplan "Buitengebied Diepenveen" de bestemming "Natuurgebied, zandwinzone". In artikel 13 van het bestemmingsplan is bepaald dat gronden met deze aanduiding bestemd zijn voor natuurgebied en de ontwikkeling en het behoud van landschappelijke en natuurlijke waarden.

Met het verondiepen van de Linderveldplas zal de bodem verhoogd worden. Dit komt de natuurlijke en landschappelijke ontwikkeling van het gebied ten goede. De plas en het gebied erom heen hebben nu beperkte natuurwaarden. Met het verondiepen worden op den duur de landschappelijke en natuurlijke waarden van het gebied verhoogd.

Het provinciale beleid ondersteunt dit. De provincie heeft in het beleidskader "Bouwstoffen Over winnen in Overijssel" (juni 2005) aangegeven, dat er bij bestaande zandwinplassen kansen zijn voor vergroting van natuurwaarde en ruimtelijke kwaliteit. Het ondieper maken van zandwinplassen draagt hieraan bij. In het rapport "Grond voor Natuur" (november 2005) is dit voor een aantal locaties, waaronder de plas Linderveld, uitgewerkt. De voor de plas Linderveld voorgestelde maatregelen zijn:
- ontwikkelen helofyten en rietvegetatie (verflauwen oevers en taluds en verondiepen, verwijderen randbeplanting, afplaggen graslanden);
- ontwikkelen nat bos en schrale graslanden (verondiepen oevers, vergroten variatie tussen bos en graslanden, afplaggen graslanden);
- realisatie contact met omgeving (versterken groenblauwe dooradering);
- verbeteren waterkwaliteit (verwijderen tamme ganzen, en opheffen vismogelijkheden).

Gebruik van de grond dat in ieder geval strijdig is met de bestemming is op grond van artikel 13, is "het opslaan opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen." De vraag wordt dan of het verondiepen van de Linderveldplas met slib aangemerkt moet worden als het storten van een vaste of vloeibare afvalstof.

In het milieurecht bestaat de benadering dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen het storten van (afval)stoffen en het functioneel toepassen van (afval)stoffen. Dit laatste is het geval als het gaat om een ‘functioneel werk' of als de (afval)stof functioneel wordt toegepast.

Het verondiepen van een zandwinplas wordt door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State geaccepteerd als een functioneel werk. Er wordt dan ook niet gesproken over het storten van stoffen, maar het verwerken van een stof. Er worden zodanige maatregelen getroffen en de stof wordt op zodanige wijze verwerkt, dat deze functioneel gebruikt kan worden als materiaal om de voormalige zandwinplas te verondiepen.

Er is geen sprake van het storten van een afvalstof, zodat het verondiepen van de Linderveldplas met slib geen vorm van gebruik is die in artikel 13 van het bestemmingsplan verboden is.

Het verondiepen van de Linderveldplas met slib is dus niet in strijd met het bestemmingsplan. Overigens geldt voor de bestemming "Natuurgebied, zandwinzone" geen aanlegvergunningstelsel, zodat voor het verondiepen van de Linderveldplas geen aanlegvergunning vereist is. Wel is de initiatief-nemer bij de uitvoering van de werkzaamheden gehouden aan de bepalingen van Flora en Faunawet (hiervoor is het ministerie van LNV het bevoegd gezag) en in deze door het waterschap te stellen eisen voor het behoud van een goed watermilieu.

Vraag 2
Ons inziens geven bovengenoemde activiteiten dermate veel overlast dat het in de rede zou liggen om deze activiteiten milieuvergunningsplichtig te verklaren. Wat is hierop de reactie van het college?

Antwoord
Bij toepassing van bouwstoffen (in een werk) in oppervlaktewater is het waterschap het bevoegde gezag en is op grond van artikel 28.3 onder c van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit voor deze activiteit geen milieuvergunning op grond van de Wet milieubeheer vereist. De gemeente zou hoogstens bevoegd gezag zijn indien andere activiteiten op of rond de plas plaatsvinden waarvoor een milieuvergunning noodzakelijk is, hetgeen gezien de aanvraag niet aan de orde is.

Vraag 3
- De toegangsweg tot de plas en ook de weg ernaar toe is op geen enkele wijze berekend op het grote aantal vervoersbewegingen in de komende jaren. Dit geeft schade aan wegen en geeft behoorlijke risico's voor de verkeersveiligheid in het gebied. Wat gaat de gemeente ondernemen om de komende jaren de verkeersveiligheid te waarborgen?
- Kan op termijn de toegebrachte schade aan de wegen verhaald worden op de exploitant van de plas Linderveld?
- Wordt bijvoorbeeld opwaardering van de Zandbelterbrug overwogen, waardoor het verkeer van de N348 over de Zandbelterbrug richting plas Linderveld kan rijden en overbelasting van de bebouwde kom van Lettele kan worden vermeden?

Antwoord 3
Wij delen uw zorgen. De gemeente voert overleg met de Grondbank over een veilige verkeersrouting. De Grondbank heeft aangeven financieel te willen bijdragen aan eventuele vervanging van de Zandbelterbrug. Afgesproken is dat wij als gemeente in beeld brengen wat de eisen, wensen en kosten zijn (vervanging brug, inclusief aanpassingen in de verkeerssituatie ter plekke uit oogpunt van veiligheid). Daarbij wordt tevens nagegaan wat de subsidiemogelijkheden zijn vanuit de provincie en ook wordt het ministerie van Defensie benaderd gezien de voordelen voor hun routing.
In geval van bovenmatige belasting van de (buiten)wegen laat de gemeente metingen uitvoeren om achteraf geleden schade bij de veroorzaker te kunnen verhalen.

Vraag 4
Stelt de gemeente Deventer aanvullende eisen, waardoor de kwaliteit van de gestorte grond, de waterkwaliteit van de plas Linderveld, het effect op de grondwaterstand en het effect op de water-kwaliteit ook door het Waterschap Groot Salland wordt gemonitord?



Antwoord 4
Het waterschap is zoals gezegd in deze het bevoegd gezag. In zowel ambtelijk als bestuurlijk contact met het waterschap is benadrukt dat de gemeente hecht aan voorkoming van ongewenste effecten en langdurige overlast voor de omgeving. De gemeente gaat er vanuit dat het waterschap haar werk goed doet en vanuit haar wettelijke mogelijkheden de noodzakelijke maatregelen eist en adequaat op naleving hiervan toeziet. Naast verplichte monsterneming door de initiatiefnemer zal ook het waterschap zelf monitoren. Met het waterschap is afgesproken dat de uitkomsten van het monitoren een aandachtspunt voor het jaarlijkse bestuurlijk overleg met het waterschap vormen.


Hoogachtend,


Burgemeester en wethouders van Deventer,
de secretaris, de burgemeester,





mr. Th. Bakhuizen ir. A.P. Heidema
 
< Vorige   Volgende >